Brandveiligheid in tijdelijke situaties: wie draagt de verantwoordelijkheid?
In de dynamiek van zo'n project rijst één cruciale vraag die soms te laat wordt gesteld: wie is er op dit moment echt verantwoordelijk voor de brandveiligheid?
Versnipperde rollen zorgen voor een 'grijs gebied'
In de praktijk zien we dat verantwoordelijkheden bij tijdelijke projecten vaak versnipperd raken. De focus ligt bij elke partij ergens anders:
- De projectmanager stuurt op de deadlines en het budget.
- De facilitaire dienst beheert de dagelijkse gang van zaken.
- De aannemer richt zich op de technische uitvoering van de bouw.
- Leveranciers focussen op de installatie van hun eigen tijdelijke units.
Zodra iedereen ervan uitgaat dat "de ander" de veiligheid wel borgt, ontstaat er een gevaarlijk vacuüm. Brandveiligheid is echter geen taak die je er simpelweg bij doet; het vereist centrale regie, zeker wanneer de standaard veiligheidsvoorzieningen tijdelijk niet optimaal functioneren.
Wat zegt de wet over uw zorgplicht?
Een veelgehoord misverstand is dat de regels soepeler zijn tijdens een verbouwing. Niets is minder waar. De zorgplicht voor een brandveilig gebruik van het gebouw blijft onverminderd van kracht.
Wetgeving zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingswet en de Arbowet maken geen onderscheid tussen een definitieve of een tijdelijke status. Als organisatie bent u te allen tijde verplicht om:
- Nieuwe risico’s proactief te signaleren.
- Direct passende (vervangende) maatregelen te nemen.
- In te grijpen bij (dreigende) onveilige situaties.
Kortom: een tijdelijke situatie ontslaat de eigenaar of gebruiker nooit van zijn wettelijke verantwoordelijkheden.
De drie grootste valkuilen in de praktijk
Waarom gaat het dan toch regelmatig mis bij de uitvoering? Wij zien drie terugkerende pijnpunten:
- Gebrek aan mandaat: Het is onduidelijk wie de autoriteit heeft om werkzaamheden stil te leggen als de brandveiligheid in het geding is.
- Eilandjespolitiek: Externe partners werken volgens hun eigen protocollen, zonder dat deze zijn afgestemd op de veiligheidsstructuur van het hoofdgebouw.
- Verouderde plannen: Men werkt nog met het bestaande ontruimingsplan of de oude RI&E, terwijl de vluchtwegen en risicoprofielen door de verbouwing zijn veranderd.
Regie nemen door expliciete afspraken
Succesvolle organisaties voorkomen onduidelijkheid door verantwoordelijkheden aan de voorkant zwart-op-wit te zetten. Dit doen zij door:
- Een specifiek bouwveiligheidsplan op te stellen als aanvulling op de reguliere procedures.
- Eén centraal aanspreekpunt aan te wijzen dat toeziet op de brandveiligheid gedurende het gehele project.
- Veiligheidseisen en verantwoordelijkheden hard op te nemen in contracten met externe partijen.
- Veiligheidsplannen (zoals het BHV-plan) direct te herzien bij elke fase van de verbouwing.
Meer weten over verantwoordelijkheden?
Het borgen van veiligheid tijdens veranderingen vraagt om de juiste kennis. Om u hierbij te ondersteunen, hebben wij de whitepaper “Brandveiligheid in beweging – hoe waarborg je de brandveiligheid bij tijdelijke situaties?” ontwikkeld. In deze gids leest u onder meer:
- Een heldere uitsplitsing van rollen en taken.
- De belangrijkste eisen uit actuele wet- en regelgeving.
- Praktische tips voor het organiseren van toezicht en maatregelen.
- Zorg dat er geen onduidelijkheid bestaat over de veiligheid binnen uw organisatie.
